Gastvrijheid en gezondheid centraal op derde Talking Dinner-zorgdebat

Gastvrijheid en gezondheid centraal op derde Talking Dinner-zorgdebat

Laat je de patiënt gewoon eten of zet je hem iets herstellends voor?

ZorgdebatHoe ga je om met eten en drinken binnen de muren van het ziekenhuis, in de wetenschap dat de meeste patiënten er gemiddeld maar enkele dagen liggen? Maak je als ziekenhuis eten en drinken tot integraal onderdeel van je zorgplan, of kies je ervoor dat eten en drinken een standaardinvulling kent en is daarmee verder de kous af.

Dit thema stond centraal tijdens de derde Talking Dinner-bijeenkomst die in kasteel Maurick in Vught werd georganiseerd door de adviesbureaus JRM Food & Facilities en Dedoreon in samenwerking met @FoodClicks. Foodprofessionals en toeleveranciers vanuit het zorgkanaal die tijdens het Talking Dinner hun expertise deelden, waren Luc Zwaanenburg van temp-rite International Holding BV, Marcel Pols (FrieslandCampina Foodservice), Marcel Hofmeijer (Huuskes) en Jos Wassenaar (JDE professional). De ziekenhuizen werden vertegenwoordigd door Annelies ten Broek (Amphia in Breda), Johan Jonker (Isala in Zwolle), John Verberne (Canisius Wilhelmina Ziekenhuis Deventer) en Rinus de Viet (Erasmus MC Rotterdam).

Verankerd
De vraag die op tafel lag blijkt niet eenvoudig te beantwoorden. Alles hangt immers af van de mate waarin eten en drinken is verankerd binnen de uitgangspunten van het ziekenhuis zelf en welke visie de Raad van Bestuur er op het zorgniveau van de patiënt op na houdt. Vindt de RvB het voldoende dat de patiënt alle medische verzorging krijgt maar vooral thuis moet werken aan herstel? Zo ja, dan heeft de invulling van eten en drinken een lagere prioriteit dan wanneer een ziekenhuis de patiënt graag zo sterk mogelijk wil binnenkrijgen voor een operatie en ook zo krachtig mogelijk weer wil laten vertrekken. Bij voorkeur met een helder advies waarbij de kans op terugkeer substantieel wordt verminderd. Veel patiënten die een ziekenhuis bezoeken komen immers relatief snel ook weer terug, terwijl dat met een veranderd leefpatroon en met de juiste voeding voorkomen had kunnen worden.

Niet voldoende
Volgens het rondetafelgesprek is in ziekenhuizen gastvrijheid alléén niet voldoende om eten en drinken een meer belangrijkere positie te geven. Juist omdat eten en drinken zoveel méér kan doen voor het welbevinden van de mens en dus zeker ook voor de patiënt. Foodprofessionals, in welk kanaal dan ook, zouden zich daarvan veel bewuster moeten zijn. Vooral omdat te veel of verkeerde voeding een maatschappelijk thema is. De deelnemers aan het Talking Dinner delen zonder uitzondering het standpunt dat goed voedsel past bij goede zorg. De uitwerking van die intentie op het gehanteerde beleid zorgt echter toch voor de nodige discussie. Discussieleiders en initiatiefnemers van de rondetafelsessies Ronald Lekkerkerker vanuit Dedoreon en Niels Masselink en Rob Janssen vanuit JRM signaleren dan ook duidelijke verschillen.

Retail
Een paar jaar geleden was de gemiddelde ligtijd in het ziekenhuis nog 4,5 dagen, maar door het huidige zorgbeleid loopt dit terug naar bijna twee dagen. Nu geldt dat de patiënt het beste zo snel mogelijk thuis verder kan herstellen, iets dat de patiënt zelf ook bij voorkeur het liefste wil. In die korte tijd patiënten in een ziekenhuis iets bijbrengen over gezonde voeding of een andere en gezondere levensstijl aanleren, is feitelijk ondoenlijk. Isala in Zwolle is, om het herstel van de patiënt zo goed mogelijk te ondersteunen, net gestart met het aanbieden van dezelfde eiwitverrijkte voeding die tijdens het verblijf wordt aangeboden voor en na de opname, maar de periode is volgens Johan Jonker nog te kort om al resultaten van het nieuwe beleid te delen. Patiënten worden voorafgaand aan een opname en tijdens het verblijf en de periode daarna begeleid. Het effect van die inspanningen is volgens Jonker veel breder, omdat ook de omgeving bepaalde punten overneemt. “Het herstel voor een patiënt is meer dan wat er gebeurt tussen de vier muren van een ziekenhuis. Zo is bewegen ook een onderdeel wat bij ons de volle aandacht krijgt.” Marcel Hofmeijer van maaltijdenleverancier Huuskes is er van overtuigd dat advies vanuit het ziekenhuis, mogelijk ondersteund vanuit de huisarts, een forse bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de gezondheid. “Maar de voorzieningen moeten dan wel zo zijn dat er een volwaardige maaltijd thuis of op het zorgadres kan worden verstrekt. Ik ken nu het geval van een 72-jarige man die thuis afhankelijk was van een maaltijd van 2,39 euro van een retail prijsvechter. Dat kan natuurlijk niet.”

Deelnemers aan het derde Talking Dinner-zorgdebat: Met de klok mee (op de rug en paars hemd) Ronald Lekkerkerk (Dedodreon); John Verberne (Canisius); Johan Jonker (Isala), Marcel Hofmeijer (Huuskes), Luc Zwaanenburg (temp-rite); Marcel Pols (FrieslandCampina); Rob Janssen (JRM) en Annelies ten Broek (Amphia)

Paternalistisch
Ook het Bredase Amphia ziekenhuis worstelt met de vraag wat je een patiënt nu moet meegeven? Zonder een oordeel te geven van wat nu goed of fout is, is Annelies ten Broek zich bewust dat sommige adviezen snel paternalistisch worden uitgelegd. “Behalve hartpatiënten, die zich in de regel goed houden aan de dieetadviezen die zij meekrijgen, zie ik het merendeel direct na het verlaten van het ziekenhuis even verderop bij de McDonald’s staan. En die krijgen ook een herstelplan mee. Je moet dus niet de illusie hebben dat je binnen twee á drie dagen mensen een andere levensstijl kunt bijbrengen.” In het ziekenhuis kun je wel een begin met een nieuwe levensstijl. Het zaadje planten noemt Marcel Pols van FrieslandCampina dat. “Wel ziet Annelies mogelijkheden bij de groep kwetsbare ouderen die ook vaker naar het ziekenhuis komen, maar vooral ook omdat die patiënten langer verblijven. Luc Zwaanenburg van temp-rite vindt het vreemd dat er aan patiënten wel van alles wordt gevraagd over medicijngebruik, maar dat er nauwelijks aandacht is voor wat iemand eet en drinkt. “Hiermee zijn veel meer resultaten te boeken”, zegt Zwaanenburg. Ontwikkelingen in Amerika laten zien dat ziekenhuizen zich meer richten op het beter maken en voor verandering van levensstijl samenwerken met lifestylecoaches.

Ziektebeelden
Vraag is natuurlijk wat de industrie op dit vlak kan doen. Uiteraard goede producten ontwikkelen die een bijdrage leveren aan herstel maar, nog belangrijker, producten onderdeel maken van zorgpaden van bepaalde ziektebeelden. Eten en drinken vallen samen met bewegen en slapen onder de noemer levensstijl. Het is algemeen bekend dat levensstijl van invloed is op gezondheid. Adviezen over levensstijl, gerelateerd aan een bepaalde aandoening, hebben de toekomst. Marcel Pols van FrieslandCampina Foodservice ziet de mogelijkheden vooral op dat vlak liggen. “We moeten als industrie daar meer mee doen. Denk bijvoorbeeld aan voldoende bewegen en consumptie van eiwitten. Voor een aantal ziektebeelden en ouderen is dat extra belangrijk. Vanuit FrieslandCampina zijn we volop over deze mogelijkheden aan het nadenken. We nemen deel aan een test met osteoporose (botontkalking). Bij levensstijladvies binnen een zorgpad moet je ook denken aan samenwerking met partijen buiten het ziekenhuis, zoals huisartsen, fysiotherapeuten en diëtisten. Daar worden zaken gesignaleerd en kan een zorgpad al beginnen of worden opgevolgd. Door het geven van adviezen lever je actief een bijdrage aan een betere gezondheid van mensen. En bied je mensen door het geven van levensstijladviezen zelf een middel in handen die kan leiden tot minder ziekenhuisopnames”, aldus Pols.

Discussieleider Rob Janssen (met armen over elkaar) met links naast zich Jos Wassenaar van Jacobs Douwe Egberts en Rinus de Viet van Erasmus MC

Gezag
John Verberne van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen is van mening dat je de situatie moet uitbuiten wanneer de patiënt in een ziekenhuis ligt. Niet dat het tegenwoordig zo is dat als de dokter iets zegt, dat het gelijk wordt aangenomen, maar elke patiënt in een ziekenhuis wil er wel het liefst zo snel mogelijk weer uit en het liefst gezond. Gebruik maken van het gezag van de arts kan dan werken en een goed moment om toch een aantal zaken duidelijker te krijgen bij de patiënt. “In negen van de tien gevallen is het zo dat als de dokter iets zegt, hij het beste met je voor heeft. Op dat moment aandacht voor goede voeding, ook voor thuis, is een moment dat impact heeft en een verandering teweeg kan brengen.”

Ondervoed
Met name voor de groep ouderen ziet Jos Wassenaar van Jacobs Douwe Egberts Professional vanuit zijn contacten tevens een ander soort probleem opduiken. “Omdat mensen langer thuis blijven wonen en er minder controle is op de zorg, zien we mensen vaak ondervoed aankloppen bij zorginstellingen. Het percentage ligt tegenwoordig zelfs op zo’n 30 tot 40 procent. Als die een operatie moeten ondergaan, gaan ze in conditie nog verder achteruit. Een ziekenhuis wil die mensen niet houden, omdat ze te kostbaar zijn en dus gaan ze naar een zorghotel. Daar kunnen ze aansterken tot ze weer met een tasje boodschappen naar huis zouden kunnen. Dat zijn wel dingen die nu buiten de scoop van een ziekenhuis gebeuren en naar mijn mening veel meer gecoördineerd zou moeten worden, zodat de mantelzorger op de hoogte is en daarin veel meer zou kunnen begeleiden.”

Zorgverzekeraars
Duidelijk is dat er meer gedaan kan worden, maar dat het systeem van verantwoordelijkheden en geldstromen niet altijd op een logische manier is geregeld. De deelnemers aan de discussie zijn het er wel over eens dat in de keten van artsen en ziekenhuizen zich steeds meer een situatie voordoet dat de zorg wordt geleverd op de plek waar die ook geleverd moet worden. Maar dat betekent dan ook dat je als ziekenhuis wel wordt betaald voor de behandeling die je uitvoert, maar niet voor het voorkomen van die behandeling door het geven van adviezen. Zorgverzekeraars zouden daar wat breder naar moeten kijken en zouden moeten durven te experimenteren, zo is de mening. Het huidige systeem is te veel gericht op het doen en betalen van medische verrichtingen, terwijl het beter zou zijn de patiënt een budget mee te geven en vervolgens te kijken wat het beste gedaan en niet gedaan kan worden.

Meer on-the-go
De zorgmarkt is specifiek, maar de industrie ziet het zorgkanaal zich aan de voorkant ontwikkelen tot een van de top tien locaties binnen out-of-home, zoals shops op snelwegstations en treinstations. Pols: “Het voorzieningenniveau wordt steeds verder opgevoerd met werkplekken en wachtruimten en de bezoekersaantallen overdag groeien flink.” Ten Broek geeft aan dat dat ook gerechtvaardigd is, aangezien in haar ziekenhuis dagelijks 4500 bezoekers verblijven. Reden voor haar om het aantal on-the-go-punten uit te breiden en te starten met een internetcafé. Als test zijn er ook fluistercabines.

Anders
Dat het faciliteren van zaken iets anders is dan gastvrijheid was ook onderdeel van de discussie. De aanwezigen zien uit naar de introductie van nieuwe aanmeldsystemen in het ziekenhuis en technologische vernieuwingen op het gebied van patiëntherkenning, waardoor er beter, sneller en gerichter naar bepaalde zaken geïnformeerd kan worden. Initiatieven op dat terrein hebben volgens iedereen een enorme effect op de gasttevredenheid die mensen ervaren. Een aantal van die nieuwe zaken zal in het nieuwe gebouw van het Erasmus Ziekenhuis in Rotterdam ook worden ingezet, laat Rinus de Viet weten. Ook op het gebied van horeca wordt daar een aantal zaken anders ingericht, wat hij de aanwezigen de volgende keer graag wil laten zien. Ook de beschikbaarheid van eten en drinken de gehele dag door en het gemak waarmee bezoek kan mee-eten, zal daar makkelijker zijn. Gastvrijheid in de horecabetekenis van het woord speelt dan weliswaar binnen ziekenhuizen misschien iets minder, het servicegerichte van medewerkers is wel degelijk van groot belang. In die zin is het ook een keuze vanuit het bestuur of het horecagedeelte moet worden uitbesteed of in eigen beheer moet worden gedaan. Voor beide keuzes valt iets te zeggen. Maar daar waar eten en drinken onderdeel uitmaakt van het te voeren gastvrijheidsbeleid, kan het handiger zijn om het in eigen beheer te hebben. Niet alleen om er meer aan te verdienen, maar ook om de integrale aanpak beter te borgen.

Dedoreon en JRM zijn twee bedrijven actief in de zorg. Vorig jaar besloten ze te gaan samenwerken op het gebied van toekomstbestendige oplossingen en concepten rondom eten en drinken, facilitaire dienstverlening, hospitality- en inrichtingsvraagstukken. Deze oplossingen worden steeds samen met de opdrachtgevers opgesteld en ontwikkeld. Het initiatief ‘talking dinner’ namen zij om meer discussie en diepgang te krijgen in de markt van eten en drinken. Want net zoals dat in de out-of-homesector plaatsvindt, verandert ook de zorgmarkt in hoog tempo. En als de consument niet meer in kanalen denkt, waarom zou je dat als aanbieder van eten en drinken dan wel doen?

Meer informatie: Dedoreon en JRM Food & Facilities, www.jrm-ff.nl

Dit artikel naar aanleiding van het Talking Dinner is verschenen in de uitgave van juni/juli 2017 van FoodClicks. Het originele artikel kunt u lezen door hier te klikken. FoodClicks is een crossmediaal platform voor de out of home sector.

 

Comments

    Post Comment

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *